Gemeentes nu aan zet om werk te maken van leefbaarheid in centra

Kiezers hebben geen tijd te verliezen

De uitslagen van de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen hebben de bekommernissen van de Vlaamse kiezers blootgelegd. Het gaat in toenemende mate om leefbaarheid van gemeentelijke kernen en stedelijke centra waarbij luchtkwaliteit, groen en mobiliteit hoog op de agenda staan. Gemeentes kunnen niet langer talmen en wachten op het Vlaamse echelon. De nieuwe lokale besturen doen er goed aan het voortouw te nemen en de wensen van hun inwoners te honoreren. Ruimtelijke plannen die het niveau van een individueel bouwproject overstijgen, niet het minst op het vlak van studiewerk rond fijn stof, watergevoeligheid en de mobiliteitsimpact, zijn nodig om draagvlak in de omringende buurt en een gestroomlijnde vergunningsprocedure te waarborgen.

Gemeenten dienen omgevingsnoden van gezinnen vlot te trekken

De ruimtelijke plannen van de Vlaamse regering zitten al een tijdje in de pijplijn. Het beleidsplan ruimte Vlaanderen (BRV) zou bovendien in concrete beleidskaders worden gegoten. Dat is met het zomerakkoord niet gebeurd en dat laat bijgevolg op zich wachten. Zonder die bindende richtlijnen van de Vlaamse regering doen de nieuwe gemeente- en stadsbesturen er evenwel goed aan niet verder te talmen, maar met open vizier nu werk te maken van leefbaarheid in hun kernen en centra. Dit betekent op basis van de wensen van hun inwoners, die zich op heldere wijze hebben ontvouwd afgelopen zondag. Daarbij dienen zij zich te hoeden voor de valkuilen in het huidige, maatschappelijke debat rond het BRV dat vaak niet losgeraakt van onnauwkeurigheden en feitelijke onjuistheden.

Inspirerende voorbeelden die vandaag al in de maak zijn in gemeentes en steden lijken efficiƫnter om snel tegemoet te komen aan de vraag naar een betere leefbaarheid van een werk- en woonomgeving. Denk maar aan het beeldkwaliteitsplan dat in Lanaken wordt opgezet om de openbare ruimte groen en kwaliteitsvol in te richten. Dit kan helpen om een ruimtelijke planning op wijkniveau te ontwikkelen die gepaard gaat met breed studiewerk rond de luchtkwaliteit, watergevoeligheid, hitte-eilandeffecten, mobiliteitsimpact enz. Dat is nodig om individuele projecten vervolgens sneller te kunnen realiseren. Stadsprojecten zijn vandaag immers te tijdrovend en nemen gemiddeld 12 tot 20 jaar in beslag. Een slepende vergunningsprocedure en vereiste studies per afzonderlijk project liggen aan de basis.

Burgemeesterconvenanten bieden instrument richting snelle klimaatresultaten

In functie van een verminderde CO2-uitstoot en een betere luchtkwaliteit hebben meer dan de helft van de gemeentes vandaag al een instrument in handen. Zij hebben meer bepaald een burgemeesterconvenant gesloten. Dat is een Europees engagement om de ecologische voetafdruk binnen een gemeente drastisch te verminderen. Concreet betekent dit de verminderde CO2 uitstoot met 20 % tegen 2020. De inventaris van genomen en geplande sleutelacties werd intussen opgemaakt. Heel wat gemeentes hebben dit de voorbije legislatuur als speerpunt naar voren geschoven. Daarbij voeren de energetische ingrepen in openbare en residentiƫle gebouwen in de gemeentes de hoofdtoon, alsook lokale warmte- en elektriciteitsproductie en een doelmatige verlichting in het straatbeeld. Gezamenlijk maken bouwgerelateerde aspecten bijna 65 % uit van de sleutelacties die gemeentebesturen willen nemen om de CO2-uitstoot te verminderen. De gemeentebesturen dienen nu - zoals de deadline van 2020 aangeeft - versneld werk te maken van hun engagement en dit bestaand uitvoeringsinstrument te valoriseren dat op lokaal vlak snel tastbare resultaten kan opleveren.

Er komen bovendien nieuwe, versterkte burgemeesterconvenanten aan die richting 2030 een reductie van de CO2-uitstoot beogen van 40 %. Na 14/10 zullen de nieuwe schepencolleges dus niet alleen de sleutelacties tegen 2020 verder uitrollen, maar ook werk maken van de strengere normen richting 2030. Een belangrijk werkpunt, waar ze zelf vat op hebben, is de reductie van de CO2-uitstoot in de eigen gebouwen. Met behulp van ESCO's of 'Energy Service Companies' kunnen de gemeentebesturen die energiebesparende renovaties laten cofinancieren.

Bron : www.covenantofmayors.eu waar u per Europese lidstaat de sleutelacties kan terugvinden.