Ruimtelijke plannen minder gebaat bij alarmisme en meer bij stimulansen

08-04-2019

En nu volop inzetten op kwaliteitsvolle verdichting ?

Maart 2017, in het Vlaams Parlement wordt de prognose van 41% ruimtebeslag in Vlaanderen tegen 2050 in de prullenmand gekeild wegens geen voer voor beleid. De huidige trend in ruimtelijk rendement en de juridische voorraad aan bouwgrond maken dat scenario immers onmogelijk. Maart 2019, de Vlaamse overheid pakt uit met een VITO-studie die gebruik maakt van diezelfde prognose en zich rijk rekent bij het terugdringen van verdere verspreide bebouwing. Maar men gaat uit van onrealistische toekomstscenario's en men vergeet bovendien de gunstige recente tendensen in ruimtelijk rendement. Volgens de Vlaamse Confederatie Bouw l'histoire se répète en is dit opnieuw geen voer voor beleid.

Nieuwe kantoor- en woontoren Kievit II in Antwerpen (foto Interbuild)
Nieuwe kantoor- en woontoren Kievit II in Antwerpen (foto Interbuild)

Welke prognose rond ruimtebeslag ligt al twee jaar in de prullenmand ?

Het doemscenario van een volgebouwd Vlaanderen is gebaseerd op een scenario uit een proefschrift van Lien Poelmans. Zij werkte een reeks fictieve scenario's uit om het effect van mogelijke bebouwing op waterhuishouding te meten. "Het klopt dat mijn cijfers zuiver wetenschappelijk zijn, dus niet bedoeld om er beleid op te baseren. En ze zijn inderdaad ook achterhaald, want het ruimtelijk beslag neemt minder snel toe", heeft Lien Poelmans zelf aangegeven in Trends in 2017. "Ik heb begrepen dat ze ook niet meer worden gebruikt door Ruimte Vlaanderen", voegde zij er nog aan toe. In maart 2017 werd die prognose van Lien Poelmans inderdaad in het Vlaams Parlement naar de prullenmand verwezen als geen voer voor beleid. Het aantal percelen voor wonen is immers sinds jaar en dag strikt begrensd en kan nu eenmaal niet overschreden worden.

Het BRV gaat uit van 42.000 ha dat nog rest voor wonen. Indien bijkomend ruimtebeslag van 6 ha/dag zou gelden gedurende de komende dertig jaar, komen we uit op 65.000 ha. En dat is dus juridisch onmogelijk. Sterker nog, slechts een deel van die 42.000 ha zal nog voor wonen in aanmerking komen, aangezien het in grote mate gaat om slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden, signaalgebieden die van groot belang zijn in de strijd tegen wateroverlast, weinig toegankelijke, achterliggende percelen die momenteel vaak als tuin worden benut enz. Ook zonder de betonstop zal er de komende jaren beduidend minder extra open ruimte worden ingenomen door wonen dan voorzien in de huidige ruimtelijke plannen.

Burgerwoning omgevormd tot sociale huurappartementen in Oostende (ill. Wienerberger - arch. Ampe Trybou)
Burgerwoning omgevormd tot sociale huurappartementen in Oostende (ill. Wienerberger - arch. Ampe Trybou)

Zet de bouw echt al geruime tijd in op ruimtelijk rendement ?

Een aantal recente cijfers plaatsen de inspanningen van de sector in perspectief :

  • 68 % van de nieuwe woonprojecten worden gerealiseerd op oude sites. Het gaat om hergebruik van ruimte en die flats en woningen nemen bijgevolg geen extra ruimte in. Die trend zet zich onomstootbaar door.
  • Sinds 2011 zit de bouw van flats in de lift en de laatste jaren is meer dan 60 % van de bouwvergunningen bestemd voor flats.
  • Over drie jaar zijn flats het voornaamste woningtype in Vlaanderen, terwijl bijv. in Nederland er een omgekeerde beweging is en het aandeel flats afneemt. Nu al wonen er in ons land meer gezinnen in appartementen dan bij onze noorderburen.
  • De gemiddelde oppervlakte van een nieuwbouwwoning is gezakt van 210 m² in 1998 tot om en bij de 160 m² vandaag.
  • De laatste decennia is het bijkomend ruimtebeslag aanzienlijk gedaald en die trend zal zich doorzetten onder impuls van de markt, de schaarste in percelen en de beperkte juridische voorraad die strikt begrensd is.
  • Bijna 25 jaar geleden werd de ruimtebalans opgesteld in het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (RSV). Hoewel de bevolking sindsdien aanzienlijk gestegen is, is de voorziene oppervlakte voor wonen nagenoeg onveranderd gebleven. Het RSV voorziet dat 981.000 ha dient gevrijwaard te zijn van ruimtebeslag. Dat werd tot op vandaag ruimschoots gerespecteerd met 986.000 ha.
  • Ruimtebeslag is trouwens een zeer ruim concept: Het gaat om een amalgaam van niet alleen gebouwen, wegen enz. maar ook in grote mate de inname door tuinen, parken, sportterreinen, recreatiedomeinen en zelfs weiden met paarden. Het ruimterapport van de overheid heeft het ook over verharding en dat is minder verwarrend : 14 % van Vlaanderen is verhard. 3 % van Vlaanderen is verhard door woningen en flats.

Hoe kunnen overheden de bouw versneld helpen kwaliteitsvol te verdichten ?

Hoewel er in het zog van het beleidsplan ruimte Vlaanderen heel wat studies zijn verschenen over de historische kosten van verspreide bebouwing in Vlaanderen, zijn studies over de uitdaging van morgen een stuk zeldzamer. Daarbij gaat het om de noden van kwaliteitsvolle verdichting en de investeringen die ermee gepaard zullen gaan. Die bijkomende kosten voor verdichting worden momenteel niet berekend.

Dit betekent in centra en kernen sneller werk maken van een breed aanbod aan diverse en betaalbare woontypes, kwaliteitsvolle openbare ruimte met blauwgroene dooradering, natuurtechnische ingrepen om hitte-eilandeffecten te vermijden, analyses over de mobiliteitsgevolgen voor stedelijke centra, meer tewerkstelling bij treinstations, versterking en vervanging van riolering en waterbuffering in (vooral overstromingsgevoelige) kernen enz.

Onlangs nog hebben bouwbedrijven gewezen op de knelpunten die dringend dienen te worden weggewerkt om goede verdichting sneller te helpen realiseren. Zo bestaan er in Vlaanderen nagenoeg geen objectieve stedenbouwkundige regels om verdichting toe te laten. Zo blijven onder meer traditionele richtlijnen zoals 'even hoog als de buren' gelden. Maar ook buurtprotesten en de historische achterstand van de investeringen in publieke infrastructuur maken het moeilijk om de schaal van een bouwblok te overstijgen in binnenstedelijke ontwikkelingen.

De Vlaamse overheid doet er daarom goed aan samen met de bouwsector na te denken over objectieve regels om verdichting in Vlaanderen toe te laten. Maar we kunnen niet buiten betaalbaarheid om meer gezinnen naar centra en kernen te krijgen. Vandaag blijkt dat binnenstedelijke ontwikkelbare gronden/gebouwen schaars zijn geworden met hoge prijzen als gevolg. Op een aantal centrumsteden na, geldt er voor vernieuwbouw bovendien een btw-tarief van 21 %. Een algemeen btw-tarief van 6 % is dan ook hoogdringend.

Benieuwd naar goede voorbeelden van binnenstedelijke ontwikkeling : www.ruimtelijkrendement.be