Waarom voor de muziek uit lopen met de bouwmeesterscan ?

Scan leidt tot complexe en sluipende besluitvorming

60 (vooral kleinere) gemeenten hebben een Bouwmeesterscan aangevraagd. Eind 2018 worden de eerste rapporten opgeleverd voor de eerste 30 gemeenten en eind 2019 voor de volgende 30 gemeenten. Op het Vlaams Bouwoverlegcomité (VBOC), het jaarlijks overleg van de bouwsector met de Vlaamse regering, heeft de VCB al haar bekommernissen over deze scan geformuleerd : principes nog niet definitief goedgekeurd; onduidelijkheid over de draagwijdte voor gemeenten; bijkomende hindernis voor concrete bouwprojecten enz.

De scan is onder meer gebaseerd op een studie van de VITO (Vlaams Instelling voor Technologisch Onderzoek) die Vlaanderen indeelt in A-, B-, C- en D-locaties op basis van knooppuntwaarden en de beschikbaarheid van voorzieningen. A-gebied scoort daarin het best en D-gebied het slechtst. Maar over die studie heeft nog geen democratisch debat plaatsgehad. Er rijzen dan ook vragen over een scan die de principes van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen wil toepassen, terwijl dit plan nog niet eens definitief is goedgekeurd. Vandaag gelden nog steeds de regels van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

Op het VBOC heeft minister-president Bourgeois beklemtoond dat de Bouwmeesterscan louter adviserend is en geen bindende waarde heeft. Ook minister Schauvliege beklemtoonde in het Vlaamse parlement dat de resultaten van een Bouwmeesterscan geen bindende gevolgen hebben. Maar werd dat wel voldoende gecommuniceerd naar de betrokken gemeenten? En welke draagwijdte heeft zo'n scan dan wel? De Bouwmeesterscan kan blijkbaar toch argumenten aanreiken aan gemeentebesturen én aan burgers om het beleid mee vorm te geven.

Zo wordt een bijkomende hindernis geïnstalleerd om een bouwproject te vertragen of te verhinderen. Immers, tegenstanders van een project kunnen er algemene argumenten aangereikt krijgen om hun verzet tegen een concreet project te voeden. Denk maar aan de afkeer van de Bouwmeester tegen viergevelwoningen en verkavelingen. Beleidsmakers geven aan te blijven inzetten op een gevarieerd woonaanbod met aandacht voor alle woningtypes, maar zal die afkeer via die scan dan toch onrechtstreeks doorsijpelen in het beleid?

Het omgevingsbeleid ressorteert onder minister Schauvliege terwijl minister-president Bourgeois bevoegd is voor de Bouwmeesterscan. Dat zorgt voor verwarring. Bij de aanstelling van stedelijke bouwmeesters zien we een gelijkaardige verwarring ontstaan. Naast de geijkte planningsprocedures en vergunningscriteria die in het kader van het omgevingsbeleid gelden, komen dan nog eens de tussenkomsten en kwaliteitskaders van de bouwmeesters. Dat dreigt de goedkeuring van projecten alleen maar ondoorzichtiger en complexer te maken en de behandeling van projectaanvragen nogmaals te verlengen.