Wanneer een doortastend ruimtebeleid voor heel Vlaanderen ?

16-04-2018

BRV zet te eenzijdig in op centrumsteden

Een beleidsplan ruimte Vlaanderen met te eenzijdige visie op centrumsteden ondersteund door tal van beleidskaders die vanuit ruimtelijke ordening o.a. milieu, mobiliteit, energie, betaalbaar wonen, tewerkstelling willen regelen. Dat ligt momenteel op tafel om gezinnen de weg te wijzen naar kernen van gemeenten en steden. En de ruimte voor werken vorm te geven. Daarbij richt de Vlaamse regering zich op 13 steden* die zich overwegend in de Vlaamse ruit bevinden. Het zwaartepunt van dat beleid - en bijgevolg van investeringen in bijv. infrastructuur - zal op dat kerngebied komen te liggen. Deze stedelijke visie op ruimte lijkt evenwel voor grote stukken van Vlaanderen geen beleid op maat in te houden. Sterker nog, een evenwichtig beleid voor heel Vlaanderen lijkt verder af dan voorheen.

Synthesekaart gedifferentieerde ontwikkelingskansen uit VITO syntheserapport 2016.
Synthesekaart gedifferentieerde ontwikkelingskansen uit VITO syntheserapport 2016.

noot : aansluiting op collectieve vervoerspunten en voorzieningen zoals onderwijs, zorg, tewerkstelling enz. zijn de criteria die de knooppuntwaarde van een gemeente of stad bepalen.

Blijven regio's buiten Vlaamse ruit verweesd achter ?

Een kwaliteitsvolle ontwikkeling van heel Vlaanderen op basis van een doordacht beleid. Dat betekent niet het minst dat de identiteit van een regio en haar economische ontwikkeling gehandhaafd blijft en versterkt dient te worden. Dit is de hoofdbekommernis van regio's buiten de Vlaamse ruit zoals grote delen van West-Vlaanderen die eerder gericht zijn op Noord-Frankrijk en Limburg die een nauwe economische wisselwerking kent - en die ook verder wil aanmoedigen - met naburige regio's in Nederland en Duitsland.

Zo hebben de BRV-plannen van de Vlaamse regering de Limburgse parlementsleden al geruime tijd wakker geschud. Zij hebben onlangs - na overleg met stakeholders binnen hun provincie - een lijst met knelpunten (die u hieronder kan downloaden)  bekend gemaakt die het beleidsplan ruimte Vlaanderen in petto heeft voor hun provincie. Vooral de criteria die wegen op de knooppuntwaarde van een gemeente of stad, lijken op tal van domeinen de verdere ontwikkeling van deze provincie op de helling te kunnen zetten. Terwijl zij al lange tijd inzetten op verdere ontsluiting van hun regio om hun troeven verder te ontplooien. Eenzelfde bezorgdheid vinden we terug in grote delen van West-Vlaanderen.

Nood aan 'plattelandsmeester'

Onlangs heeft prof. em. in ruimtelijke economie & planning George Allaert in de krant De Morgen gepleit voor een 'plattelandsmeester' om ook sterk te kunnen inzetten op de kwaliteitsvolle ontwikkeling van buitenstedelijke gebieden. Een evenwichtig beleid tussen de 13 centrumsteden*, andere knooppunten en grote delen van Vlaanderen lijkt immers stilaan naar de achtergrond te verzeilen. De focus op de eigen identiteit, het belang van beschikbare infrastructuur, onderhoud, de urgentie van missing links, bijkomende noden rond bijv. scholen en een ruimtebeleid op maat staan onderaan de agenda. Sterker nog, hoewel het beleidsplan ruimte Vlaanderen nog niet definitief is goedgekeurd door de Vlaamse regering, kunnen gemeenten verspreid over heel Vlaanderen hun ruimtebeleid nu al toetsen aan de criteria en BRV-principes ge├źnt op die centrumsteden. Daarbij is het goed om te weten dat 65 % van Vlaanderen een lage knooppuntwaarde scoort vanwege geen of een beperkte aansluiting op collectieve vervoerspunten of het gebrek aan allerhande voorzieningen zoals onderwijs, zorg, tewerkstelling enz. Terwijl kwaliteitsvol wonen, groen, veiligheid, luchtkwaliteit enz. eveneens prominente doelstellingen dienen te zijn.

De paradox van het BRV

Hoewel de Vlaamse regering verdichtingsmogelijkheden in belangrijke knooppunten - niet het minst in de Vlaamse ruit - naar voren schuift als voornaamste doelstelling in haar plannen, lijkt zij niet zozeer oplossingen, tools en best practices naar voren te schuiven over de mogelijkheden rond ruimtelijk rendement. Veeleer gaat haar aandacht momenteel naar het afremmen of 'uitdoven' van bebouwing in buitengebied en het neutraliseren van 'percelen' die vandaag nog bestemd zijn voor wonen en werken. Een gemiste kans lijkt dat. Gezinnen warm maken voor haar plannen rond ruimtelijk rendement zou meer draagvlak kunnen tot stand brengen dan de dreiging van waardevermindering van gezinswoningen en de opheffing van bouwgronden.

*Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven, Aalst, Oostende, Mechelen, Hasselt, Kortrijk, Sint-Niklaas, Roeselare, Genk, Turnhout.