Vraag 1
Hoe staat u tegenover de bebouwing in landelijke gebieden ? : verdere ontwikkelingen moeten mogelijk blijven; bestaande bebouwing mag in stand gehouden worden; of bestaande bebouwing (versneld) laten uitdoven ?

CD&V

Het uitgangspunt van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) is dat toekomstige ontwikkelingen bij voorkeur op goed gelegen locaties zullen plaatsvinden, en zo veel mogelijk binnen het bestaande ruimtegebruik. Die goede locaties zijn niet beperkt tot grote steden, maar kunnen perfect ook dorpskernen omvatten in landelijk gebied. Ook in landelijke gebieden zijn er locaties waar verder ontwikkeld kan en moet worden om dit gebied tot een aantrekkelijk woon- en leefgebied te maken, en andere waar uitbreiding minder gewenst is. Ons voorstel tot uitbreiding van de verlaagde BTW voor afbraak en heropbouw van 6% over heel ons grondgebied, zal voor de nodige renovaties zorgen in deze gebieden.

De ontwikkelingskansen worden bepaald aan de hand van de nabijheid van voorzieningen en vervoersknooppunten, maar ook de mate van kernverdichting. Zo zullen we in landelijke gebieden op zoek gaan naar bouwmogelijkheden op bovengemiddeld interessante locaties, om zo op andere plekken dan weer de open ruimte te vrijwaren. Het BRV bevat een onthardingsdoelstelling voor open ruimte met als doel zinloze bodemverharding weg te nemen en bij nieuwe bebouwing zuinig om te springen met bodemgebruik. De bouwsector is een belangrijke bondgenoot in de zoektocht naar een kwaliteitsvol hoger ruimtelijk rendement op die beter gelegen locaties.

NV-A

Centraal in de strategische visie van het toekomstige Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, staat de ambitie om de inname van open ruimte (momenteel 6 ha/dag) terug te voeren tot 3 ha/dag in 2025, en te stoppen tegen 2040. We willen de resterende open ruimte maximaal vrijwaren en de ruimte op goed gelegen locaties (goed ontsloten- voldoende voorzieningen niveau) ontwikkelen.

Ook in landelijke gebieden kunnen de woonkernen nog gepast ontwikkelen. We streven immers naar een landelijk gebied dat gekenmerkt wordt door open ruimten waarin zich een netwerk van sterke dorpskernen vormt als drager voor voorzieningen en ondernemerschap. We moeten dus inzetten op kernversterking, het bevorderen van de leefbaarheid en verhogen van het ruimtelijk rendement.

Verdere lintbebouwing moet uiteraard vermeden worden en de verdere invulling van suboptimaal gelegen locaties teruggedrongen. Hiermee bedoelen we slecht gelegen woonuitbreidingsgebieden (WUG) zowel als slecht gelegen delen van woongebieden of ander slecht gelegen juridisch aanbod (bv. door overstromingsgevoeligheid, niet kernversterkend..). Rendementsverhoging in bestaande woonlinten en slecht gelegen (verspreide) bebouwing is in ieder geval geen optie. We moeten onderzoeken hoe we dergelijk ruimtebeslag wegnemen op een sociaal en financieel verantwoorde wijze.

sp.a

De bestaande bebouwing mag uiteraard in stand gehouden worden, we gaan mensen niet uit hun huis zetten, maar in de toekomst moet de verdere groei van lintbebouwing en afgelegen woningen wel worden tegengegaan. Wonen op linten zorgt ervoor dat we ver van openbaar vervoer en openbare diensten wonen, met files en slechte luchtkwaliteit tot gevolg. Verspreide bebouwing heeft ook tien keer meer infrastructuur nodig dan woningen in een stadskern. We moeten enerzijds het verder aansnijden van open ruimte buiten de woonkernen stoppen door de invoering van een betonstop die wél werkt en anderzijds wonen in dorpskernen faciliteren door te beginnen met alle onderbenutte ruimtes in de dorps- en stadskernen in kaart te brengen. Daartoe moeten we gemeenten opnieuw verplichten om leegstand actief op te sporen en te registreren, want vandaag is er geen volledig beeld meer van de leegstand. We weten dat bijna 60.000 panden meer dan een jaar leegstaan, waarvan 32.599 woningen, 15.645 handelspanden en 11.520 bedrijfssites. Dat zijn dan nog alleen de cijfers uit inventarissen, die geen exacte weergave zijn van de omvang van onze leegstand. We moeten die leegstand benutten door lokale besturen aan te moedigen om meer woningen die lang leeg staan in beheer te nemen en terug op de markt te brengen. Leegstaande panden in beheer nemen, moet een belangrijke factor worden in de creatie van extra sociale woningen.

Vlaams Belang

Het Vlaams Belang wil de open ruimten beschermen en een goede ruimtelijke ordening nastreven, maar dit mag er uiteraard niet toe leiden dat er geen enkele ontwikkelingsmogelijkheid meer zou zijn in plattelandsgebieden.

Open VLD

We moeten het als overheid mogelijk maken om te voorzien in voldoende woningen op een duurzame manier. Daarom moeten we een kader creëren waarbinnen we kunnen verdichten, multifunctioneel inrichten, zorgen voor groenblauwe dooradering en klimaatneutraliteit. Wij zijn geen voorstander van verbod richting bepaalde regio's en/of landelijke gebieden. Het is belangrijk dat mensen nog steeds keuzevrijheid hebben. We willen wel sturende en stimulerende instrumenten inzetten om rond bepaalde kernen te gaan wonen. Kernen zijn plaatsen die goed bereikbaar zijn, het liefst ook bereikbaar zijn met collectief vervoer en waar voldoende voorzieningen aanwezig zijn (winkels, openbare diensten, scholen, zorginstellingen,...). Verplichten doen we niet, niet richting burgers, niet richting gemeenten.

De bedoeling moet zijn om tegen 2040 netto geen bijkomende open ruimte aan te snijden, maar goed gelegen gebieden moeten uiteraard op een intelligente manier ontwikkeld kunnen worden. Het spreekt voor zich dat bestaande bebouwing in stand gehouden kan worden.

Indien de overheid beslist om een deel van juridisch aanbod te neutraliseren dan moet dit gebeuren met respect voor het eigendomsrecht van mensen. Als je op een bepaald ogenblik aangeeft dat iets niet meer mag bebouwd worden, moet je een faire vergoeding geven aan de eigenaar, en dat is voor Open Vld een planschade op basis van 100 % venale waarde.

Wij geloven in de subsidiariteit, waarbij lokale besturen het beste geplaatst zijn om aan te duiden waar de kernen zich bevinden en hoe ze er in willen investeren.

PVDA

Minder in de file staan, meer groene ruimte, betaalbaar wonen, een bloeiende middenstand: het begint allemaal bij een slimme ruimtelijke ordening. We verlenen enkel nog bouwvergunningen voor bijkomende bebouwing in stads- en dorpscentra. Bestaande bebouwing mag in stand gehouden worden. Leegstaande landbouwgebouwen proberen we te hergebruiken. Lukt dat niet, dan herstellen we de 
open ruimte. Nieuwe bouwactiviteiten hebben er geen plaats. Aan de hand van een kansenkaart, die bepaalt in hoeverre een plaats beschikt over openbaar vervoer, voorzieningen en wandel- en fietsbare wegen, geven we aan welke bouwzones we beter schrappen. Bouwgronden buiten de centra vormen we stelselmatig om tot landbouw- of natuurgebied, te beginnen met gebieden ver van diensten en openbaar vervoer en gronden in overstromingsgebied. Met nieuwe stadsrandbossen en meer open water verhogen we de leefbaarheid in en rond de steden en gaan we hittegolven tegen. Zo kan water ook beter de bodem indringen, gaan we wateroverlast tegen en wordt het grondwater beter aangevuld. Dat is cruciaal in Vlaanderen, waar de grondwatervoorraden zienderogen slinken.